Voorlichtingsproject "Bewustwording en signalering van (seksuele) kindermishandeling"

Dankzij de Stichting Kinderpostzegels Nederland en de Gemeente Nijmegen heeft de VSK de afgelopen 2,5 jaar aan de leidsters van de peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en de leerkrachten van de basisscholen in Nijmegen een voorlichting “Bewustwording en signalering van (seksuele) kindermishandeling” kunnen aanbieden.

Doel van het project
Bevorderen van het bewustzijn en de signalering van de (seksuele) kindermishandeling.
Vergroten van de signaalgevoeligheid ten aanzien van deze problematiek. Het seksueel misbruik en/of mishandeling te stoppen en eerder hulp te bieden.

Werken aan deskundigheid
Beroepskrachten die in de kinderopvang en onderwijs werken, komen onherroepelijk in aanraking met kinderen of jongeren die te maken hebben met (seksuele) kindermishandeling. Tijdige signalering van en maatregelen om kindermishandeling te stoppen, zijn -soms letterlijk- van levensbelang. In dat proces neemt een beroepskracht een belangrijke positie in. Bewustwording en signalering van kindermishandeling is noodzakelijk, want kindermishandeling stopt vrijwel nooit vanzelf.

Waaraan kun je een mishandeld kind herkennen?
Lang niet elk kind dat mishandeld wordt, loopt blauwe plekken of verwondingen op. Maar er zijn diverse andere symptomen waarop kan worden gelet. Een kind dat mishandeld wordt ontwikkelt zich meestal minder voorspoedig dan een kind dat in een veilige gezinssituatie opgroeit. Zo’n kind kan de moeilijkheden thuis in de klas of groep op allerlei manieren tot uiting brengen. Nu eens is het opvallend stil en teruggetrokken, dan weer juist een druktemaker of probleemkind. Meestal heeft het kind een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Ook ontwikkelingsachterstanden, zoals een groeistoornis of een vertraagde taalontwikkeling, en concentratiestoornissen komen vaak voor.

‘Niet pluis gevoel’
Vaak hebben beroepskrachten wel een ‘niet pluis gevoel’ dat hen zegt dat er iets met een kind niet in orde is. ‘Ik heb wel eens een vermoeden van kindermishandeling gehad, maar ik wist niet wat ik er mee aan moest,’ zegt zo iemand dan.
Veel voorkomende dilemma’s die het moeilijk maken iets met dit alarmgevoel te doen zijn: wat als ik het bij het verkeerde eind heb? En wat als het kind juist meer klappen krijgt in plaats van minder? Wat als een boze vader verhaal komt halen? Maar mensen die hulp zoeken bij de VSK zeggen juist: ‘Waarom heeft niemand uit mijn omgeving de signalen opgepikt? Waarom heeft niemand iets gedaan?’

Deskundigheid ‘onderhouden’
Als beroepskracht is een zekere deskundigheid noodzakelijk om op een effectieve manier iets met het ‘niet pluis gevoel’ te doen. De VSK geeft tijdens voorlichtingen handvatten om kindermishandeling te signaleren en bespreekbaar te maken. Het ontwikkelen van signaalgevoeligheid neemt daarbij een centrale plaats in.

Veelvuldig wordt aangegeven hoe moeilijk men het vindt om met een kind te praten en met de ouder(s).
Wat bespreek je met het kind of ouder? Wat mag je vragen? Op welk moment ga je met een kind of ouder praten? Wiens verantwoordelijkheid is dit?
Bang voor de gevolgen voor het kind. Stel dat ik met het kind praat en de ouders komen daar achter, wat kan er dan niet allemaal gebeuren? Onervarenheid en onzekerheid spelen hierin een grote rol.

Het geven van praktijk voorbeelden is helpend en ondersteunend in hoe dit bespreekbaar te maken, welke woorden er gebruikt kunnen worden, wanneer en onder welke voorwaarde. Hieruit blijkt dat naast het kennen van signalen en vervolgstappen het vertrouwd raken met de gespreksvoering onmisbaar is.
We kunnen concluderen dat éénmalige voorlichting slechts een eerste stap is en dat er veel meer structurele activiteiten nodig zijn om de problematiek aan te pakken. 

Mede mogelijk gemaakt dankzij